Geschreven door: Tanja Kreikamp

Leer je vroege signalen herkennen: zo blijf je binnen je grenzen

Wat je vroeger moeiteloos deed, kan nu je NAH hebt, ineens veel energie kosten. Juist daarom wordt het op tijd herkennen van je grenzen extra belangrijk. Deze week hebben wij op Platform NAH extra aandacht voor ‘Jouw grenzen’. Het herkennen of bewaken van je grenzen. Alleen… die grenzen voel je niet altijd direct. Vaak geeft je lichaam al signalen af vóórdat je écht over je grens heen gaat. De kunst is om die vroege signalen te leren herkennen én er op tijd naar te handelen. Wie weet, geef ik je wat tips waar je verder mee kan komen.

Je lichaam geeft eerder signalen dan je denkt

Veel mensen denken dat ze hun grens pas bereiken, wanneer ze volledig uitgeput zijn. Maar in werkelijkheid begint dat proces al veel eerder. Je lichaam fluistert eerst, voordat het gaat schreeuwen!

Vroege signalen kunnen heel subtiel zijn. Misschien merk je dat je concentratie iets minder wordt, dat je sneller afgeleid bent door hele kleine dingen. Zoals een vlieg die rondvliegt, een klein geluid wat van buiten komt. Of dat je moeite krijgt met het vinden van woorden. Een licht gevoel van vermoeidheid, onrust in je hoofd of een korter lontje kunnen ook eerste aanwijzingen zijn. Spieren die hun eigen leven gaan leiden, ogen die meer moeten knipperen. Dit zijn geen ‘grote’ signalen, maar juist daarom worden ze vaak (onbewust) genegeerd.

Het risico daarvan is dat je doorgaat, terwijl je lichaam eigenlijk al aangeeft dat het genoeg begint te worden. En dat stoppen of een rustpauze noodzakelijk is.

Iedereen heeft zijn eigen signalen

Grenzen en signalen zijn persoonlijk. Waar de één hoofdpijn krijgt, merkt de ander vooral prikkelbaarheid of spanning in het lichaam. Het is daarom belangrijk om jouw eigen patronen te leren kennen.

Een goede manier om dit te doen, is door terug te kijken op je dag. Wanneer voelde je je minder goed? Wat gebeurde er daarvoor? Was het druk, moest je veel nadenken of kreeg je veel prikkels? Door dit soort vragen regelmatig te stellen, ga je verbanden zien.

Langzaam ontstaat er inzicht in jouw vroege signalen. Misschien ontdek je dat je eerst stiller wordt, vaker geeuwt of moeite krijgt met overzicht. Dat zijn hele waardevolle signalen, juist omdat ze vroeg komen. Eerder dit jaar schreef ik een blog over het bijhouden van je energiemanagement op een creatieve manier. In deze blog staan veel bruikbare tips om de verbanden te vinden tussen je grenzen en het herkennen van de signalen die je lichaam afgeeft.

Jullie signalen

Twee weken geleden vroegen wij jullie om de signalen die jouw lichaam of hoofd aangeven aan ons door te geven. Daar zaten veel herkenbare bij maar ook signalen die je minder vaak hoort. Hierbij enkele signalen die jullie aan ons doorgaven:

  • Misselijk
  • Sloom worden in denken, spraak en bewegen
  • Stotteren, niet op woorden komen, haperen, emotioneel worden
  • Geen focus meer hebben, duizelig, dissociatie, slechter zien
  • Volledig uitschakelen, koud krijgen
  • Het gevoel dat je juist “aan” gaat, terwijl de energie op is
  • En het heel bekende Korte Lontje, irritatie tot kortsluiting is het genoemd.

Herken de fases: van groen naar rood

Het kan helpen om je grenzen te zien als een stoplicht.

  • In de groene fase gaat het goed en voel je je in balans.
  • In de gele fase verschijnen de eerste signalen: lichte vermoeidheid, minder focus of prikkelbaarheid. Dit is het moment waarop je nog kunt bijsturen. Neem een pauze, verlaag het tempo of plan rust.
  • Ga je door, dan kom je in de rode fase. Je raakt over je grens, met als gevolg bijvoorbeeld extreme vermoeidheid, overprikkeling of een emotionele uitbarsting. Herstel kost dan veel meer tijd.

Door de gele fase serieus te nemen, voorkom je dat je in het rood terechtkomt. De grote signalen die je wilt proberen voor te zijn:

  1. Vermoeidheid die niet ‘normaal’ voelt
    Bij NAH is vermoeidheid veel intenser en hardnekkiger. Het is geen gewone moeheid die verdwijnt na een goede nachtrust. Het kan voelen alsof je batterij plotseling leeg is. Dit is vaak een van de eerste signalen dat je te veel hebt gedaan.
  2. Overprikkeling
    Geluiden, licht, drukte of zelfs gesprekken kunnen ineens te veel worden. Je kunt last krijgen van hoofdpijn, duizeligheid of een gevoel van chaos in je hoofd. Overprikkeling is een duidelijke aanwijzing, dat je hersenen onvoldoende rust hebben gekregen om alle informatie te verwerken.
  3. Concentratieproblemen
    Merk je dat lezen niet meer lukt, gesprekken moeilijk kunt volgen of snel afgeleid bent? Dit kan betekenen dat je je grenzen hebt overschreden.
  4. Emotionele veranderingen
    Sneller geïrriteerd zijn, huilerig of juist vlak, ook dit zijn signalen. Het reguleren van emoties kost veel energie. Kleine dingen kunnen ineens groot voelen.
  5. Lichamelijke klachten
    Hoofdpijn, nek- en schouderklachten, een zwaar gevoel in je lichaam of zelfs misselijkheid kunnen optreden. Je lichaam trekt letterlijk aan de bel. Dit zijn geen ‘losse klachten’, maar vaak directe signalen van overbelasting.
  6. Trager reageren of denken
    Als je merkt dat je meer tijd nodig hebt om te reageren of beslissingen te nemen, kan dit betekenen dat je over je limiet bent gegaan. Je hersenen schakelen als het ware een tandje terug om zichzelf te beschermen.

Op tijd ingrijpen: wat helpt?

Het herkennen van signalen is één stap, ernaar handelen is de volgende stap. Dat vraagt veel oefening en soms ook moed. Het gaat met vallen en opstaan.

Plan bijvoorbeeld vaste check-in momenten op de dag waarop je jezelf afvraagt: hoe gaat het nu echt met me? Doe dit door een agenda item aan te maken. In je telefoon, ipad, agenda etc. Daarnaast kan het helpen om vooraf grenzen aan te geven, zoals hoe lang je ergens blijft of hoeveel je op een dag doet.

Misschien wel het belangrijkste wat je kan leren is, om jezelf toestemming te geven om te stoppen. Ook als het “nog wel gaat” of als je anderen niet wilt teleurstellen. Ook als je met iets bezig bent wat nog niet klaar is en het toch heel lekker gaat. Want juist door eerder te stoppen, voorkom je dat je later volledig moet herstellen.

Tot slot

Het leren herkennen van je vroege signalen is een proces. Het vraagt aandacht, oefening en mildheid naar jezelf. Je hoeft het niet in één keer goed te doen.

Zie het als opnieuw leren luisteren naar je lichaam. Want hoe beter je de signalen leert herkennen, hoe beter je voor jezelf kunt zorgen en hoe groter de kans is, dat je binnen je grenzen blijft. Je lichaam is geen tegenstander, maar een gids. Alleen is de taal die het spreekt een andere dan je gewend was.

Want leven binnen je grenzen betekent niet dat je minder leeft, het betekent dat je duurzamer leeft.