Door: Miranda Hogendoorn.
Zoals ik in mijn blog Studie Spaans beloofde, neem ik jullie mee in mijn avontuur in de Spaanse taal!
Ik vind Spaans echt een heerlijke taal. Het klinkt warm, levendig en vol passie. En Spanje? Daar voel ik me altijd meteen thuis. Toch is de taal een stuk lastiger dan ik dacht. Voor mijn herseninfarct schakelde ik moeiteloos tussen Nederlands, Engels en Duits. Dus daarom dacht ik in 2018 “ik ga Spaans studeren!” Ik was net begonnen, toen het leven begin 2019 nét even anders liep dan gepland.
En toch… het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
In september 2025 besloot ik de sprong te wagen. Ik ging samen met mijn zus een week naar Spanje om een beginnerscursus Spaans te volgen. Gewoon om te kijken: wat weet ik nog en wat kan mijn hoofd aan? We hadden vijf dagen achter elkaar 2,5 uur per dag les van Wendy en Kim van Las Dos Hermanos. Intensief? Absoluut. Leuk? Zéker weten. En eerlijk? Het smaakte naar meer!
Beginners Plus
Dus begin 2026 startte ik samen met mijn zus met de vervolgcursus “Beginners Plus”. Iedere maandagavond hebben we 1,5 uur les van Kim en Wendy. Dit keer zijn we met zijn vieren en zijn de lessen online. Ik vind online les volgen best pittig, zeker als ik op die dag ook al gewerkt heb, dus ik duim iedere keer maar dat ik geen hoofdpijn heb of dat mijn lijf wel mee wil werken.
De eerste les stond in het teken van herhalen, herhalen en herhalen. De dagen van de week, maanden, seizoenen, vlees, vis, groente en fruit. En ineens kwamen ze weer langs: resas con nata – aardbeien met slagroom, agua fría – koud water, un café solo – zwarte koffie.
Eerlijk is eerlijk: er was best wat kennis weggezakt. Maar naarmate de avond vorderde, merkte ik dat er ook weer van alles naar boven kwam. Het zit er dus nog wel, maar het zit ergens verstopt .
Als je Spaans leert, is deze zin een aanrader:
Estoy aprendiendo español. ¿Puedes hablar más despacio?
(Ik ben Spaans aan het leren. Kun je langzamer praten?)
Geloof me: je gaat ’m nodig hebben. Spanjaarden praten zó snel! Maar wat ik zo mooi vind: ze waarderen het enorm als je hun taal probeert te spreken. Fouten maken? Dat mág en dat hoort erbij.
Daarnaast oefenden we het alfabet en werkwoorden die eindigen op -AR, -ER en -IR.
En hoe leuk is het om ineens over kleding te kunnen praten? Ik houd wel van shoppen, dus als ik dat in Spanje kan, is het ook heerlijk om het dan op zijn Spaans uit te spreken.
Wist je bijvoorbeeld dat een zwembroek el bañador heet, maar een badpak el traje de baño? Soms verschillen woorden ook per man of vrouw. Dat maakt het extra interessant.
In de tweede les doken we weer in het werkwoord “zijn”: Ser & Estar. Allebei betekenen ze “zijn”. Maar wanneer gebruik je welke? De tip van onze docenten:
- Ser = iets definitiefs (wat of wie is iemand?)
- Estar = iets tijdelijks (hoe of waar is iemand?)
Het helpt een beetje, maar makkelijk vind ik het echt niet.
Samengevat
Dus even de eerste twee lessen samengevat: het is weer heerlijk om Spaans te spreken, maar het is ook best zwaar, want ik heb nu geen vakantie en de hele dag de tijd, zeg maar. Er moet gewoon gewerkt, gekookt, gesport e.d. worden en ik heb huiswerk 😊.
Maar stap voor stap gaat het lukken, dus op naar de volgende les!
Dan zoals beloofd een leuke tip voor iedereen!
Ben je zelf benieuwd naar de Spaanse taal? Dan is de Spaanse podcast van Praat Spaans met me echt een aanrader: https://praatspaansmetme.nl/de-spaanse-podcast/ of luister via Spotify naar Spaanse muziek.