Door: Saïd Mallali.
Ik heb altijd een hoge lat gehad. Voor mezelf, voor mijn werk, voor eigenlijk alles. Als ik iets deed, moest het goed zijn. Half werk bestond niet. Dat zat diep ingebakken. Niet aangeleerd, niet aangezet. Gewoon standaardinstelling.
Zelfde tempo en standaard, waarom niet?
Na mijn val dacht ik oprecht dat ik diezelfde lat gewoon kon blijven gebruiken. Zelfde tempo, zelfde standaard. Waarom niet? Ik zou dit wel even flikken. Ik wilde niet afhankelijk zijn van het UWV. Ik wilde bewijzen dat ik het nog kon. Aan wie precies weet ik nog steeds niet helemaal, maar dat voelde toen logisch.
Ik begon met aangepast werk, twintig uur per week. Achteraf gezien was dat al te veel. Toch hield ik het bijna twee jaar vol. Mijn plan was om het werk op te bouwen naar 32 uur per week. Als ik daar nu aan terugdenk, moet ik erom lachen. Wat een grapjas was ik.
Thuis betaalde iedereen de prijs. Ik kwam uitgeput thuis, prikkelbaar en met hoofdpijn. Hoofdpijn die er eigenlijk altijd is. Energie voor mijn gezin was er nauwelijks. Ik draaide vooral op wilskracht, niet op paracetamol, want die gebruik ik zo min mogelijk.
Ik dacht vaak aan later. Aan een toekomst waarin de kinderen tieners zouden zijn en zouden zeggen dat pap altijd moe was. Dat pap altijd hoofdpijn had. Dat pap nooit echt iets met ons kon doen. Alleen al die gedachte deed pijn. Op een gegeven moment wist ik dat het zo niet verder kon.
Bij het revalidatiecentrum zeiden ze het ook. Dat ik de lat te hoog legde voor mezelf. Ze hadden gelijk. Dat wist ik toen ook al. En toch deed ik er niets mee. Niet omdat ik ze niet geloofde, maar omdat dit is hoe ik ben. Ik ben geen halve dingen mens. Geen, we zien wel. Geen doe maar rustig. Als ik ergens voor ga, dan ga ik er volledig voor.
Leven met wat blijft
Tijdens mijn revalidatie had ik een enorme motivatie. Ik was net twee maanden getrouwd en had twee kinderen van twee en vijf jaar oud. Ik kon en wilde hen dit niet aandoen. Ik kon niet accepteren dat zij later zouden opgroeien met een vader die er wel was, maar eigenlijk niet echt. Dus ik zette alles op alles. Misschien soms meer dan verstandig was, maar opgeven was simpelweg geen optie.
Artsen hadden voorspeld dat ik het verstand van een vijfjarige zou houden en niet meer zelfstandig zou kunnen functioneren. Nou ja, ik doe het inmiddels toch zeker als een zevenjarige. Op goede dagen misschien zelfs acht. Met sarcasme, zelfspot en een agenda vind ik dat we mogen spreken van vooruitgang. Heb ik het volledig gewonnen? Nee. Absoluut niet. Maar gezien wat er voorspeld was, doe ik het toch aardig goed.
Uiteindelijk besloot ik in uren te minderen naar vijftien uur per week. Wat ik eigenlijk had moeten doen, was me voor vijf uur ziek melden, omdat ik verzekerd was voor twintig uur. Dat deed ik niet. Ik wilde niemand lastigvallen, niet de zieke werknemer zijn, en dacht dat het financieel wel rechtgetrokken zou worden. Dat bleek niet zo te zijn. Achteraf gezien was ik niemand tot last, behalve mezelf en mijn bankrekening.
Minder werken betekende simpelweg minder geld. Het UWV bleef hetzelfde uitkeren. Toch merkte ik verschil. Meer rust en minder stress. Even voelde het alsof ik weer meedraaide. Maar ook dat bleek te veel. De vermoeidheid bleef. De hoofdpijn bleef. Het getintel bleef. Het dubbele zicht bleef. De nekpijn bleef. Er ging geen dag voorbij zonder klachten.
Na gesprekken met de verzekeringsarts en later de arbeidsdeskundige kreeg ik te horen dat ik in aanmerking kwam voor een IVA uitkering. Dat klinkt mooi, niet meer werken en rust. Maar als het je overkomt, is het toch anders. Als dit leven zonder hoofdpijn, zonder getintel, zonder dubbel zicht en zonder nekpijn zou zijn, en met een volwaardig loon, dan zou het een stuk leuker zijn geweest.
Het einde als nieuw begin
In het begin voelde het als het einde. Maar langzaam begon ik het anders te zien.Ik ben er nu voor de kinderen. Ik breng ze naar school, ik haal ze op en ik zie ze opgroeien. Wat eerst voelde als het einde, voelt nu steeds vaker als een nieuw begin.
Ik werk niet meer in uren, maar in momenten. In kleine dingen die voor mij groot zijn. En misschien ligt daar wel de echte betekenis van acceptatie. De lat ligt er nog steeds, alleen heb ik eindelijk door dat ik er niet elke dag overheen hoef te springen.
mooi stuk Saïd. Mij hielp het door kleinere dingen te vinden en daarin de lat hoog te leggen. Ondanks alle veranderingen blijft de aard van het beestje namelijk hetzelfde.
LikeLike