Door: Nickie Maes
Platform NAH – thema: relaties
“Hersenletsel krijg je niet alleen.” Dat is een uitspraak die ik regelmatig te horen kreeg tijdens mijn revalidatietraject. Want ja, voor mij is er sinds ik mijn NAH heb heel wat veranderd, ik ben veranderd; mentaal en fysiek. Maar ook voor mijn directe omgeving (zoals mijn partner) heeft mijn NAH veel impact.
Stilstand
Ik was bijna drie jaar samen met Pieter toen ik mijn NAH opliep na een herseninfarct. Niet alleen voor mij leek mijn leven in stilstand te gaan, ook voor Pieter kwam er een lange, onzekere pauze. Als prille dertigers keken we toe hoe alle andere koppels in onze directe omgeving zich settelden, hun plaatsje vonden als gezin, nieuwe avonturen aangingen of zich samen financieel konden versterken, terwijl wij nog volop bezig waren met medische onderzoeken, revalidatietrajecten uitstippelen en allerlei medisch papierwerk in orde brengen.
Opnieuw uitvinden
Pieter en ik hebben onszelf als koppel opnieuw moeten uitvinden. We moesten zowat alles loslaten wat wij als koppel gewend waren, wie wij als koppel waren of waar wij als koppel naartoe werkten, om dan in de plaats daarvan iets compleets nieuw en onzeker te moeten omarmen. Dit hebben we gelukkig niet helemaal alleen moeten doen. We hebben als koppel regelmatig therapiesessies gevolgd bij de neuropsycholoog (wat we nu nog steeds doen trouwens, maar minder frequent). De neuropsycholoog is voor ons een ‘veilige objectieve tussenpersoon’ die vooral luistert, analyseert, alles op een rijtje zet om zo de communicatie tussen ons als koppel te helpen verbeteren. Elkaar (opnieuw) leren begrijpen heeft ons als koppel erdoor geholpen.
Nieuwe wij
Mijn revalidatie – en hersteltraject was ongetwijfeld een heftige relatietest, maar intussen zijn we zes jaar samen waarvan ook één jaar getrouwd. Toch blijft er op relatievlak ook een groot levend verlies. Ik kan namelijk niet meer de vrouw zijn wie ik was. Ik voel me niet altijd een volwaardige partner. Ik kan Pieter niet meer altijd geven wat ik hem vroeger gaf. Ik ben niet meer exact die persoon op wie hij toen verliefd is geworden. Ik kan niet meer spontaan en onbezonnen zijn. Ik kan niet meer zo sociaal actief en extravert zijn. Ik kan niet meer financieel ambitieus en carrière gedreven zijn. Ik kan geen gecontroleerde gezinsplanner en doener meer zijn. Ik kan niet meer zijn sportcompagnon of avontuurlijke medereiziger zijn. Ik kan niet meer de onafhankelijke plantrekker zijn. Maar wat ik wel nog kan zijn voor hem … is mijn beste en meest haalbare versie van mijn ‘nieuwe ik’ en samen zijn we dus een ‘nieuwe wij’.