Door: Koos van Dijk.
Als je hersenletsel hebt, ga je niet zomaar op vakantie. Tenminste, ik niet.
Vakantie gebruiksaanwijzing
Sinds mijn herseninfarct leef ik met een hoofd dat niet altijd meewerkt. Prikkels stapelen zich op, nadenken kost meer moeite en mijn energie kan ineens verdwijnen. Als ik te ver over mijn grens ga, krijg ik de rekening direct of soms pas een dag later gepresenteerd.
Thuis ken ik mijn gebruiksaanwijzing inmiddels redelijk. Ik weet ongeveer hoeveel energie een boodschap, een verjaardag, vrijwilligerswerk of een drukke dag kost. Op vakantie werkt dat anders, ik vind het vaak keihard werken i.p.v. ontspannen.
Alles is nieuw: de omgeving, de geluiden, de mensen en de dagelijkse bezigheden. Daardoor weet ik vooraf niet altijd hoeveel iets van mij vraagt. En mijn hersenen zijn niet bepaald dol op verrassingen.
Toch wil ik niet alle prikkels vermijden en daardoor mijn wereld verkleinen. Ik reis graag en niet ondanks mijn hersenletsel, maar mét mijn hersenletsel. Dat vraagt planning en rustmomenten en soms accepteren dat iets vandaag gewoon niet lukt en morgen misschien ook zelfs niet.
Een wild plan en een derdehands tent
Eén van mijn grootste overwinningen begon met een wild plan, na het zien van een oproep op een vakantiebeurs. De deal was; Ik mocht gratis op een camping in Spanje verblijven in ruil voor vijf dagen per week een paar uur schoonmaken.
Dus ik kocht een 3de hands tent, scharrelde de rest van mijn kampeeruitrusting bij elkaar. Campingstoel, pannetjes, een uitstekend luchtbed, een koelkastje, verlengsnoeren en nog ongeveer 83 spullen waarvan je thuis denkt dat je ze absoluut nodig hebt. Uiteindelijk zat mijn auto zo vol dat ik serieus overwoog mijzelf per post naar Spanje te sturen.
Een avontuurlijke autorit
Gelukkig heb ik door mijn jarenlange ervaring als beroepschauffeur weinig moeite met lange autoritten. Autorijden voelt vertrouwd en kan zelfs ontspannend zijn. Al zijn druk verkeer, files en een felle zon natuurlijk wel enthousiaste grootverbruikers van energie.
Ik had vooraf twee overnachtingen geboekt en die waren in Frankrijk, een prachtig land, maar mijn woordenschat Frans bestaat uit misschien twee woorden, en één daarvan is waarschijnlijk verkeerd uitgesproken.
Dat maakt het inchecken bij een hotel best avontuurlijk. De medewerker stelde een uitgebreide vraag. Ik glimlachte, knikte alsof ik alles begreep en paste mijn vertrouwde tactiek toe, het overhandigen van mijn paspoort en dat resulteerde in een kamersleutel.
Bij een tankstation werd het de volgende morgen nog interessanter. Je moest binnen vertellen bij welke pomp je had getankt. Alleen wist ik natuurlijk niet hoe je het pompnummer in het Frans uitsprak. Dus wees ik door het raam naar buiten, stak een paar vingers op en maakte een beweging die waarschijnlijk ergens tussen pomp zes en ik heb last van vliegen in zat ;).
De medewerker begreep het gelukkig. Ik had genoegen kunnen nemen met cola uit de koelvitrine maar nu ik toch bezig was, nam ik de tijd voor een stapje verder. Ik probeerde vervolgens koffie te bestellen. Je zou denken dat “café” voldoende is, maar blijkbaar bestaan er in Frankrijk ongeveer 700 manieren waarop koffie bedoeld kan worden. Na een kort gesprek waarin vooral de ander sprak, en ik antwoorde in mengelmoes van Engels/Duits/Nederlands kreeg ik uiteindelijk iets zwarts in een gloeiend heet papieren bekertje.
Het zijn kleine dingen, maar met hersenletsel vragen zulke momenten ontzettend veel energie. Je moet luisteren, nadenken, vertalen zover mogelijk maar eigenlijk vooral raden wat iemand bedoelde maar de voldoening is groot. Na drie dagen kwam ik aan op de camping in Spanje en daar begon het echte avontuur.
Volle haarputjes en een lege batterij
Vijf dagen per week hielp ik paar uur mee met schoonmaken. Dat hield in de wasbakken, toiletten, douches en natuurlijk de onvermijdelijke doucheputjes schoonmaken.
Ik kan inmiddels met enige trots zeggen dat ik na een week de haren uit doucheputjes kon beoordelen op lengte, kleur en de vermoedelijke eigenaar. Sommige putjes hadden zoveel inhoud dat ik vermoedde dat er ’s nachts een illegale kapsalon op de camping actief was. Ondanks mijn nachtelijke loopje naar het toiletgebouw heb ik ze nooit kunnen betrappen.
Natuurlijk waren er ook dagen waarop mijn energie na die ochtend volledig op was. Dan waren de douches schoon, maar was mijn eigen batterij leeg. Andere campinggasten gingen in de middag naar een markt, een stadje of het zwembad. Ik verhuisde dan ongeveer vijftien meter, van het schoonmaakgebouw naar mijn campingstoel.
Daar zat ik vervolgens in de schaduw alsof dat de activiteit van de dag was. En eigenlijk was dat regelmatig ook zo.
Vroeger had ik misschien gedacht dat ik mijn vakantie verspilde als ik een middag niets deed. Nu weet ik dat zo’n rustige middag ervoor zorgt dat ik de volgende ochtend weer kan meedoen.
Vroeger had ik misschien gedacht dat ik mijn vakantie verspilde als ik een middag niets deed. Nu weet ik dat zo’n rustige middag ervoor zorgt dat ik de volgende ochtend weer kan meedoen.
Energie verdelen betekent niet dat je minder geniet, het betekent dat je keuzes maakt om iets langer vol te kunnen houden. Juist daardoor hield ik het een maand vol.
Zelfvertrouwen
Ik ontmoette veel mensen, voerde mooie gesprekken en lachte ontzettend veel. Ik voelde me onderdeel van een groep en ontdekte dat mijn wereld na mijn hersenletsel niet ophield bij mijn eigen vertrouwde omgeving.
Ik had 1700 kilometer gereden. Ik had mezelf met twee woorden Frans door hotels en tankstations heen gewerkt.
Ik had een maand in een tent gewoond.
Ik had gewerkt, gerust, gelachen en een indrukwekkende hoeveelheid onbekend haar uit doucheputjes verwijderd.
Maar het belangrijkste wat ik mee naar huis nam, paste niet eens in mijn overvolle auto…..Zelfvertrouwen….
Het vertrouwen dat ik nog steeds alleen op reis kan. Dat ik iets kan ondernemen wat vooraf spannend en onzeker voelt. Dat ik soms plannen moest laten varen, betekende niet dat de reis mislukt was. Het betekende alleen dat ik op mijn eigen manier reisde.
Misschien is dat wel de grootste les die deze reis mij gaf.
Geluk zit niet altijd in grote uitstapjes of een volle vakantiedag, Soms zit het in een campingstoel in de schaduw en een kopje koffie met collega’s, terwijl we klagen over de viezigheid die ochtend, elkaar op de hak nemen. Maar vooral dat we het als team toch maar weer hebben gepresteerd. Het team waar ik ondanks mijn beperkingen deel van uit maakte.